Jon Bluming is geboren op 6
februari 1933 in Amsterdam - Oost en groeide daarna op vanaf zijn 4de
jaar in de zeer arme volksbuurt bekend als "de
pijp" Het gezin
verhuisde in 1936 naar de rand van de Pijp, oud - zuid genoemd waar
voornamelijk Joodse mensen woonde. Op zijn zevende jaar zag hij (mei
1940) aan de Berlage brug in Amsterdam het Duitse leger binnen komen
na de luchtaanval gezien te hebben op Schiphol. Hij zag hoe Joodse
medeburgers op de Amstelkade drie hoog uit het raam werden gegooid
in 1943, omdat ze geen trap konden lopen en ook hoe al zijn Joodse
school vriendjes en buren weggehaald werden waarvan er precies één
van terug kwam na de oorlog, Harrie v.d. Kar.
In 1944 tijdens de zogenaamde genaamde honger winter, heeft hij al bedelend
langs de betere buurten voorkomen dat zijn moeder en grootouders van
de honger omkwamen en werd tijdens deze periode een zeer bekwame
dief die al jong leerde voor zichzelf te zorgen. Mei 1945 zag hij
wederom bij de Berlage brug de eerste Engelsen en Canadezen
binnenkomen en was de oorlog over en ging hij zelf naar een
herstelkamp want hij was ernstig ondervoed. Op 13 jarige leeftijd
ging hij boksen bij de bekende boksschool aan de Joden houttuinen
van de boksleraar Cosman. Hier kreeg hij zijn eerste gebroken neus.
Op 17 jarige leeftijd melde hij zich aan bij het van Heutz regiment
als oorlogsvrijwilliger na het uitbreken van de oorlog in Korea om
daar het communisme te bestrijden die net als de nazi’s waren zei
men in die tijd. Van november 1950 tot augustus 1951 was hij soldaat
bij het NDVN dat was toegevoegd aan de Amerikaanse tweede divisie
38ste regiment. Tijdens de omsingeling in Hoengsong (Wonju) en de
strijd om heuvel 325 (waar drie Mil Willems ordes zijn verdiend)
raakte hij gewond door een burpgun en schoten in zijn rechter boven
dijbeen en ging naar Tokyo voor 6 weken (13 febr 1951).
Tijdens zijn verblijf in het annex hospitaal in Tokyo zag hij voor
het eerst Judo tijdens een rondtour van het leger door Tokyo waar
ook de oude Kodokan hoek van Suidobashi gezocht werd en een
demonstratie werd gegeven door een oudere heel kleine lichte man met
een rode band om, het was de beroemde Mifune 10 Dan, die jaren later
zijn hoofdleraar zou worden aan de nieuwe Kodokan. De tweede maal
raakte hij gewond bij de strijd om Inje waar nu de Noord - Koreanen en
Chinezen ingesloten zaten. Handgranaat scherfjes in zijn linker enkel
(eind mei 1951). Wederom 6 weken in de MASH. Na een verblijf van
enkele maanden in Nederland ging hij terug naar Korea omdat de
oorlog leek afgelopen en ze bezettingstroepen nodig hadden.
Aan boord op weg naar Korea brak de oorlog weer in alle hevigheid
uit. Hij voelde zich vreselijk genaaid. Augustus 1952 was hij
wederom aan het front bij de ijzeren driehoek en namen als old baldy,
alligator ridge en outpost Erie en Arsenal gingen de geschiedenis
boeken in. 11 oktober 1952 haalde hij onder vuur zijn vriend Hans
Crebas eruit vanaf de outpost Arsenal toen deze als scout mee ging
tijdens een aanval van de Rangers op de Chinezen heuvel. De Rangers
liepen in een enorme hinderlaag en vochten uren om er uit te komen.
Arsenal lag op 200 meter van de Chinese stellingen af. Bluming
bedacht zich geen minuut en riep naar LT. Bos dat hij naar beneden
ging om Hans eruit te halen, pakte zijn karabijn, enkele
handgranaten en zijn 45 pistool en rende naar beneden de vallei in.
Toen hij Hans gevonden had was deze al bezig zwaar gewonden te
helpen een snelle BEARHUG en overzicht van de situatie en beidde
zijn die nacht bezig geweest gewonden te helpen en nog steeds onder
een barrage van vuur zoals mortieren, artillerie en snelvuur wapens.
Beidde werden de dag daarop buitengewoon bevorderd. Bluming maakte
nog mee dat zijn groep op de laatste dag van de oorlog in een
hinderlaag liep waardoor voor de tweede maal van zijn peloton 8 man
sneuvelde en de rest gewond raakte. De eerste maal was 1950 – 1951
2de pel B co. Bluming zijn tijd zat er op de dag daarvoor en mocht
der halve niet mee, wat een beschermengel. Terug in Nederland
weigerde hij beroepsmilitair te worden en ging terug naar het burger
bestaan. Jaren later zou er gerechtigheid komen. Tijdens een seminar
in Seattle USA las een van de Budoka zijn boek en de episode 11
oktotober 1952 Arsenal en de Rangers. Kregg Jorgenson was Sgt. in
Vietnam en 8 maal gedecoreerd voor dapperheid.
De eerste Nederlandse kampioenschappen waren Hotel Krasnapolsky Amsterdam
in 1965. De eerste Interland was in Den Haag tegen de Karateka van Steve Arneil London en werd door Nederland gewonnen. 1967 Bluming
heeft Geesink via aangetekende brief oa. van dagblad “ het Parool ” zeven maal uitgedaagd doch kreeg nul op zijn adres. De laatste keer
was met Mies Open het Dorp waarna Bluming zich verder ging toe
leggen op het maken van kampioenen en leraren. Hij was door Mas
Oyama inmiddels aangewezen als Europees vertegenwoordiger van de
Kyokushin Kai Kan Honbu en gaf door heel Europa les en gaf advies
met de oprichting van de vele Dojo’ s. In 1965 gaf de Nederlandse
Sport Federatie te verstaan dat als de bestaande Judo organisaties
niet samen gingen werken in 1 organisatie, niemand geld of subsidie
zou krijgen van de nieuw opgerichte federatie. Zo kwam mede door de
terugkeer van Bluming de nieuwe Judobond tot stand en werd hij
tevens aangewezen als coach. Ontevreden met de gang van zaken en de
vele vreemde zakken vullende figuren nam hij na een half jaar ontslag
en ging verder met zijn Budokai Dojo, die in middels naar alle
wedstrijden, zowel team en individueel gingen winnen in Judo en
Karate. 15 januari 1965 werd Bluming 6th Dan van de Kyokushin Honbu
wat wederom een recordtijd was en in het toen nog redelijk kleine
Karate wereldje een storm van vragen opriep. Oyama maakte daar snel
een einde aan door $100.000 uit te loven voor diegene die wilde
vechten met Bluming en hem zou verslaan. Doodse stilte in het
wereldje. In 1966 nodigde Mas Oyama hem weer uit naar Japan te komen
en zond zijn Shihandai Kenji Kurosaki naar Nederland om daar les te
geven die een jaar lang in Nederland bleef. Bluming liet Oyama zijn
idee van All Round Karate zien (voorloper van FREE FIGHT) namelijk
een derde Karate (nu ook met Thai Boksen) bij contact een derde
worpen en daarna grondwerk, dus armklemmen, beenklemmen en
verwurgingen. Dat in een vaatje gieten zodat er goede wedstrijden
uit komen en als protectie een soort masker waar je dan echt op kan
beuken. Bluming ging maart 1966 terug naar het oude honk, deze keer
de nieuwe Dojo in Ikebukuro. Hij ging tevens weer naar de Dojo van
Shimizu en Kuroda en werd daar 4th Dan in Iai Jitsu en Bo jitsu en
2de Dan in Kendo aan de Daigo Kidotai, de politie opleiding school.
Augustus 1966 brak hij een nekwervel en was uitgeschakeld. Dat was
tijdens een grondwerk gevecht met Jimmy Stewart een geweldige judoka
uit Canada. Het politie hospitaal vertelde hem direct terug te gaan
naar Holland want zij konden niets doen. Het duurde drie maanden
voor dat het weer redelijk ging. Tijdens zijn rumoerige training
periode heeft hij heel veel botten gebroken als mede andere
blessures opgelopen, wat nu een rol gaat spelen bij het ouder
worden, hij is nu 71. Eind 1960 werd hij coach van het Belgische
Karateteam. De pers in Nederland vond dat heel vreemd en daardoor
kreeg hij het verzoek om coach te worden van het Nederlandse team en
deed dat tot de wereld kampioenschappen in Parijs. Twee jaar later
kwam hij tot de ontdekking dat het niets had te maken met Karate en
zelfverdediging het was een spelletje net als schieten, maar je mag
de roos niet raken.
Zijn fenomenale gave op Budogebied kwam wel heel erg sterk tot
uitdrukking in zijn meteoriet achtige opkomst aan de Japanse
Kyokushin Karate hemel waar hij in 1959 begon te trainen onder Mas
Oyama zelf. Alles en iedereen moest wijken voor het Bluming geweld
en al snel was er in heel Japan niemand meer die met de Nederlandse
reus met de katachtig snelle bewegingen wilde vechten. Hij was de
beste en meest bekende buitenlandse leerling van de stichter van het
Kyokushin Karate, Mas Oyama. Maar hoewel deze Martial Arts gigant
zich de laatste jaren minder op het Budo toneel heeft vertoond, hield
hij wel een waakzaam oog op het geen zich in het woelige Kyokushin
wereldje afspeelde. De oprichter van de N.K.A. had in het begin van
de jaren '70 de leiding van zijn organisatie overgedragen aan zijn
leerlingen en zich daarna bijna geheel uit het organisatorische veld
teruggetrokken. Het enige waar hij zich nog geheel in kon vinden was
zijn Budokai, zijn sportschool, op zich al een soort
mini organisatie. Ontevreden met de ontwikkeling van het Kyokushin
Karate stichtte Jon Bluming in 1980 de Kyokushin Budo Kai
organisatie. Kyokushin Budo Kai bestond vanaf dat moment uit 2
richtingen, n.l. het traditionele Kyokushin Karate en het All Round
Fighting, een mengeling van Kyokushin Karate, Ju Jitsu en Judo. Een
All Round Fighting system, dat zeer realistisch en effectief is.
Kaicho Bluming bewees met deze stijl nog eens dat hij een
voorvechter is van het realistische Kyokushin Karate met de nodige
kamp geest. Op 4 september 1994 was het een van de meest emotionele
dagen in het leven van Jon Bluming toen hij een fax uit Tokio
ontving van zijn oude " Sensei " Kenji Kurosaki. Kurosaki en vijf grote
vechtsportorganisaties, hadden gezamenlijk besloten om Jon Bluming
de graad toe te kennen van de toen net overleden Mas Oyama. Dat
betekent dus dat er in de hele wereld slechts twee mensen zijn met
een 10e Dan in het Kyokushin Karate; namelijk Kenji Kurosaki en Jon
Bluming. In 2003 hebben enkele leraren uit de Kyokushin het
initiatief weer opgepakt om de Kyokushin Budo Kai nieuw leven in te
blazen door onderling samen te werken en tal van activiteiten te
organiseren zoals weekenden, seminars, trainingen en wedstrijden.
Zij hebben zich verenigd in de stichting Kyokushin Budo Kai waarvan
Kaicho Bluming ere voorzitter is.